Algemene informatie over deze website
Buurtbeschrijving, plattegrond
Nieuws en nieuwtjes
Mailadressen van buurtbewoners
Advertenties
Bestuur, redactie, buurtkrant, etc.
Vrijwillige en professionele dienstverlening door en voor bewoners van de Raadsherenbuurt
Praktische informatie voor buurtbewoners
Geschiedenis van de buurt
De personen achter de straatnamen

Beducht voor machtige Oranjes

Johan de Witt (1625 - 1672)

Johan de Witt (1625 - 1672)Johan de Witt werd in 1625 in Dordrecht geboren als tweede zoon uit een oud regentengeslacht. De familie De Witt vormde een hecht gezin. De beide zonen, Cornelis en Johan, werden in 1641 naar Leiden gestuurd om rechten te studeren. Behalve in rechten was de jonge Johan ook zeer geďnteresseerd in wiskunde.
Na drie jaar studie gingen de beide jonge heren met hun vader Jacob mee op een diplomatieke reis naar Denemarken en Zweden. Hierna maakten ze nog een twee jaar durende rondreis door Frankrijk en Engeland om hun opvoeding te voltooien. Terug in Nederland vestigde Johan de Witt zich als advocaat in Den Haag.
In 1650 werd hij, 25 jaar oud op dat moment, benoemd tot pensionaris van de stad Dordrecht. Zo kwam hij terecht in de Staten van Holland, waar hij al snel opviel door zijn scherpe geest.

Toen stadhouder Willem II in november 1650 plotseling stierf aan waterpokken was zijn erfzoon (de latere Willem III) nog niet geboren. In januari 1651 kwam in Den Haag de zogenoemde Grote Vergadering van regenten uit de gewesten bijeen die zich moest buigen over de vraag wie Willem II zou moeten opvolgen. Besloten werd geen opvolger aan te wijzen: het begin van het Eerste Stadhouderloze Tijdperk dat tot 1672 zou duren.

De Staten van Holland benoemden in 1653 de jonge, slimme Johan de Witt als raadpensionaris. Hij trad aan in een periode waarin de Republiek de hoogtijdagen van haar macht en rijkdom beleefde. Op de Dam in Amsterdam verrees een nieuw Stadhuis, kunstenaars als Rembrandt en Vermeer schilderden hun nog altijd wereldberoemde doeken. De Republiek kreeg intussen ook in toenemende mate last van twee vijanden: Engeland en Frankrijk. Engeland zuchtte onder de dictatuur voor Oliver Cromwell en beleefde daarna allerlei intriges rondom (protestantse en katholieke) koningen. In Frankrijk begon omstreeks 1660 de imperialistische Lodewijk XIV (de 'Zonnekoning') zich te roeren. Johan de Witt probeerde met beide mogendheden op goede voet te blijven, wat het meest gunstig was voor de handel. Maar zo eenvoudig was dat niet.

Johan de Witt is altijd zeer beducht geweest voor de machtswellust en oorlogszucht van de Oranje-familie. Ter beteugeling daarvan hadden de Staten van Holland in 1654 besloten dat de zoon van Willem II nooit stadhouder van Holland zou kunnen worden ('Acte van Seclusie'). Onder de dominees en onder het volk waren de Oranjes niettemin razend populair gebleven. Telkens als de Republiek werd bedreigd en/of in oorlog was, rezen er problemen tussen de prinsgezinden (bewapenen!) en de regenten (onderhandelen!). In tijden van oorlog riepen de prinsgezinden: “Het is de schuld van De Witt en zijn vrienden!”.

Dat gebeurde bijvoorbeeld in de jaren 1665-1667, toen de tweede Engelse Zee-oorlog woedde (waarin admiraal De Ruyter de ketting over de Theems kapot voer in zijn beroemd geworden Tocht van Chatham). Om het volk koest te houden, werd de toen 15-jarige Prins in april 1666 uitgeroepen tot 'Kind van Staat', wat betekende dat hij in staatszaken zou worden opgeleid door Johan de Witt. Toen de oorlog met Engeland een jaar later voorbij was, vonden de regenten dat zij de Prins weer veilig op een zijspoor konden schuiven: ze bepaalden dat het ambt van stadhouder 'voor altijd' zou worden afgeschaft ('Eeuwig Edict'). Maar de geschiedenis zou een geheel andere wending nemen.

Vanuit Frankrijk was Lodewijk XIV, de 'Zonnekoning', bezig met zijn veroveringsplannen, waarbij hij de Rijn tot noord- en oostgrens van zijn koninkrijk wilde maken. Daarbij wilde hij ook de zuidelijke en een deel van de noordelijke Nederlanden inpikken. De Witt probeerde met allerlei verdragen de macht van Frankrijk te beperken. In 1670 sloot Frankrijk niettemin een geheim verdrag met Engeland om de Republiek aan te vallen.

In het 'Rampjaar' 1672 werd de Republiek van alle kanten belaagd: door Engeland, Frankrijk en door de legers van de bisschoppen van Munster en Keulen. Johan de Wit kreeg van het volk de schuld van alle ellende. Hij werd uitgemaakt voor landverrader. In juni 1672 mislukte een aanslag op zijn leven. Begin augustus legde Johan de Witt zijn functie als raadpensionaris neer. Twee weken later werd zijn broer Cornelis gevangen gezet in de Gevangenpoort in Den Haag, waar hij op de pijnbank werd gelegd. Een barbier Tichelaar uit Piershil (Hoekse Waard) had het gerucht verspreid dat Cornelis de Witt een moordaanslag had beraamd op de Prins van Oranje. Hoewel vrijgesproken van deze aanklacht werd Cornelis tot verbanning uit Holland veroordeeld.

Op 20 augustus 1672 ging Johan naar de Gevangenpoort om zijn broer af te halen. Buiten de gevangenis had zich een massa woedend volk zich verzameld, dat het leven van de gebroeders De Witt eiste. Haagse regenten, die overwegend prinsgezind waren, hadden schutters en ruiters moeten sturen om de De Witten bescherming te bieden. Maar ze deden het tegenovergestelde: ze lieten de militairen juist wegroepen bij de Gevangenpoort, zogenaamd om woedende boeren tegen te houden die uit het Westland zouden optrekken naar Den Haag (wat niet waar was). Zo kon het volk de Gevangenpoort binnendringen. Men trof de gebroeders De Witt lezend aan (Cornelis las een toneelstuk van Corneille, Johan las in de bijbel). Ze werden naar buiten geslagen. Op weg naar het Groene Zoodje, de plaats van het schavot, werden ze met slagen en steken van musketten, zwaarden en pieken zwaar verwond. Cornelis de Witt werd letterlijk doodgetrapt en -gestoken. Zijn broer Johan riep nog: “Wel mannen, burgers! Wat zijn jullie aan het doen?” en trok zijn mantel over zijn gezicht.

Hij werd gedood door een pistoolschot. Onder de ogen van Haagse regenten werden de lijken naar de galgenpaal gesleept en aan de voeten opgehangen. Voor het gepeupel was het moorden nog niet genoeg. Men scheurde de kleren van de lichamen en sneed de lijken aan stukken. Lichaamsdelen en ingewanden gingen van hand tot hand. (Je zou niet geloven dat zoiets echt is gebeurd, maar er zijn zoveel bronnen die deze gebeurtenissen bevestigen, dat we er niet omheen kunnen.)

Toen het avond werd, trok de menigte weg. Pas om 1 uur 's nachts konden bedienden en vrienden van de familie De Witt het riskeren de lijken weg te halen. De volgende avond werden Cornelis en Johan de Witt in alle stilte begraven in de Nieuwe Kerk in Den Haag.

De jonge Willem III, inmiddels stadhouder en oppermachtig in de Reubliek, heeft de opruiers en moordenaars nooit bestraft. Integendeel, ze kregen baantjes en jaargelden. Maar posities in regentenkringen kregen ze niet. Er werd neergekeken op hun wandaden.

De familie en aanhangers van de De Witten werden al vrij snel in ere hersteld. Stadhouder Willem III vestigde niet echt een dictatoriaal bewind. Maar pas in onze eeuw, in 1918, werd in Den Haag vlakbij de Gevangenpoort een standbeeld opgericht voor Johan de Witt, onthuld door koningin Wilhelmina. Op het standbeeld staat: 'Leider en dienaar der Republiek, vormer harer machtigste vloten, verdediger der vrije zee, verzorger van ’s lands gelden, wiskundige, een volmaakt Hollander.'

Emily Groenewegen